Wat voorziet de sector?

Volta fbz neemt in geval van SWT (volgens sectorale leeftijd) de aanvullende vergoeding ten laste zoals deze is vastgelegd door cao 17, namelijk: de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering, maar rekening houdend met het minimumbedrag zoals vermeld in deze tabel. De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van een gemiddelde van 26 werkloosheidsuitkeringen (zesdagenweekstelsel) per maand.

Voor deeltijdse arbeiders houdt Volta fbz rekening met het aantal gewerkte uren omgerekend in een 26-dagenstelsel. Deze coëfficiënt wordt dan vermenigvuldigd met de hierboven vermelde minimum dagvergoeding.

Indexering en Herwaardering

Het bedrag van de bedrijfstoeslag wordt vastgesteld op het moment waarop je in SWT wordt gesteld. Als de toeslag eenmaal is vastgesteld, mag ze nooit herberekend worden volgens de basisformule. De bedrijfstoeslag moet daarentegen wel geïndexeerd en geherwaardeerd worden:

  • Indexering (aanpassing aan de kosten van het levensonderhoud): de vergoeding is gekoppeld aan indexaanpassingen volgens de Wet van 2 augustus 1972 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971). De bedrijfstoeslag wordt dus tegelijk en volgens hetzelfde percentage als de werkloosheidsuitkeringen geïndexeerd. Dit is enkel in geval van een indexatie van de sociale uitkeringen (en dus ook de werkloosheidsuitkeringen) en niet in geval van een verhoging van de werkloosheidsuitkeringen bepaald bij koninklijk besluit;
  • Herwaardering (aanpassing van de loonkost): je bedrijfstoeslag wordt ook éénmaal per jaar aangepast aan de welvaartscoëfficiënt. Het percentage wordt elk jaar vastgesteld door de Nationale ArbeidsRaad (NAR). Het schommelt naargelang van de referentiemaand op basis waarvan de bedrijfstoeslag werd berekend