Wat voorziet de sector?

Het FBZ neemt in geval van SWT (volgens sectorale leeftijd) de aanvullende vergoeding ten laste zoals deze is vastgelegd door cao17, namelijk:  de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering, maar rekening houdend met de minimumbedragen zoals ze hieronder worden weergegeven. De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van een gemiddelde van 26 werkloosheidsuitkeringen (zesdagenweekstelsel) per maand.

Minimum bedrag van aanvullende vergoeding bij SWT werd vanaf 01/07/2014 vastgesteld op:
Bedrag Leeftijd Loopbaan Geslacht cao
€ 5,79 62 jaar

40 jaar

mannen cao 17 - algemeen stelsel
31 jaar vrouwen
60 jaar 40 jaar mannen 01/01/2015 - 31/12/2017
31 jaar (2015) vrouwen
32 jaar (2016)
33 jaar (2017)
58 jaar 35 jaar zwaar beroep mannen & vrouwen 01/01/2014 - 31/12/2016
56 jaar 40 jaar
lagere SWT-
leeftijd
    ondernemings-cao

Voor deeltijdse arbeiders houdt het FBZ rekening met het aantal gewerkte uren omgerekend in een 26-dagenstelsel. Deze coëfficiënt wordt dan vermenigvuldigd met de hierboven vermelde minimum dagvergoeding.

Indexering en Herwaardering

De aanvullende vergoeding wordt berekend op het moment waarop je in SWT wordt gesteld en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud van de indexaanpassingen waaraan deze vergoeding is gekoppeld en dit volgens de Wet van 2 augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971). Indien, tijdens de periode dat je recht hebt op deze aanvullende vergoeding, de sociale vergoedingen (werkloosheidsuitkeringen) verhogen, wordt je aanvullende vergoeding eveneens aangepast. Je aanvullende vergoeding wordt ook éénmaal per jaar aangepast aan de welvaartscoëfficiënt die wordt vastgesteld door de Nationale ArbeidsRaad (NAR).