Decava

Het is zo dat in de loop der jaren de regelgeving in verband met de bijdragen voor het conventioneel brugpensioen vaak gewijzigd werd en daardoor een complexe aangelegenheid geworden is. De overheid heeft daarom geprobeerd het complex gegeven van de verschillende aangiftes te vereenvoudigen door alle sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen op brugpensioen onder te brengen bij de RSZ.

 

Wat wijzigt er in verband met de bijdragen voor het conventioneel brugpensioen?

Vanaf 1 april 2010 zal de rol van de RVP en de RVA verdwijnen. Alle sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen op het brugpensioen zullen voortaan aangegeven en betaald worden aan de RSZ. De twee bestaande werkgeversbijdragen (deze van RVP en RVA) worden samengevoegd tot één enkele bijdrage, de bijzondere werkgeversbijdrage die per kwartaal aangegeven en betaald wordt door de actor die de betaling ten laste genomen heeft. Het gaat niet langer om een forfaitaire bijdrage, maar om een percentage toegepast op het bruto maandbedrag van de aanvullende vergoeding.

Wat wijzigt er in verband met de bijzondere compenserende werkgeversbijdragen?

Deze bijzondere werkgeversbijdrage is verschuldigd voor bruggepensioneerden van 56 jaar met een loopbaan van 33 jaar waarvan 20 jaar nachtarbeid. Deze bijdrage bedraagt 50 % of 33 % van de aanvullende vergoeding en is verschuldigd tot en met de maand waarin de bruggepensioneerde 58 jaar oud wordt.

Wat gebeurt er met de werknemersbijdragen?

De twee persoonlijke inhoudingen, bij RVP en RVA worden ook samengevoegd tot één enkele inhouding die elk kwartaal zal moeten aangegeven en betaald worden aan de RSZ. Het percentage die op de som van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding moet worden toegepast, bedraagt in principe 6,5 %.

Wie moet deze afhoudingen aangeven en betalen aan de RSZ?

Vanaf 1 oktober 2010

  • Eén debiteur van de aanvullende vergoeding.

Wanneer het Fonds voor Bestaanszekerheid de enige debiteur van de aanvullende vergoeding is, is hij de bijzondere werkgeversbijdragen (%), de bijzondere compenserende werkgeversbijdrage (30 of 50 %), alsook de inhouding betreffende het conventioneel brugpensioen (6,5 %) verschuldigd.

  • Meerdere debiteurs van de aanvullende vergoeding

Wanneer het Fonds voor Bestaanszekerheid en één of meerdere andere debiteurs elk een aanvullende vergoeding betalen, is elke debiteur de bijzondere werkgeversbijdrage (%) en de bijzondere compenserende werkgeversbijdrage (33 of 50 %) verschuldigd op de vergoeding die hij betaalt.

De inhouding betreffende het conventioneel brugpensioen (6,5 %) moet door de debiteur van de hoogste aanvullende vergoeding integraal betaald worden.

De wetgever heeft hierin de verantwoordelijkheid doorgeschoven naar de werkgever. Het is namelijk de werkgever die zal moeten bepalen wie het grootste stuk van de aanvullende vergoeding voor zijn rekening neemt!

  • Conclusie: Het percentage van de bijdrage is vastgelegd op basis van de leeftijd van de werkloze bij aanvang van de SWT en bijgevolg de periode waarin deze aanvangt.