Opleiding & competentiebeheer

Werken op hoogte voor jongeren in duaal leren

Jongeren die deels op school en deels op de werkvloer competenties aangeleerd krijgen, vallen onder de wetgeving betreffende de jongeren op het werk. Dit laat toe activiteiten uit te voeren die onontbeerlijk zijn voor de opleiding van deze jongeren. Hiervoor zijn er wel enkele verplichtingen en maatregelen die genomen moeten worden voordat de werkzaamheden plaatsvinden.

Zo is de werkgever verplicht een risicoanalyse uit te voeren van de risico's waaraan jongeren bij hun arbeid blootgesteld zijn, met het oog op het beoordelen van alle risico's voor de veiligheid, de lichamelijke en geestelijke gezondheid of de ontwikkeling, en dit ten gevolge van een gebrek aan ervaring. Uit deze risicoanalyse zal blijken of het gaat om een vorm van arbeid die verboden is voor de jongeren omdat deze als gevaarlijk wordt beschouwd. 

Het werken op hoogte met een ladder, rolsteiger of hoogwerker valt dus onder verschillende wetgevingen, nl zowel onder de wetgeving betreffende de jongeren op het werk als deze van werken op hoogte, al dan niet met een hoogwerker.

Deze voorzien evenwel in een afwijking en stellen dat het verbod van werken op hoogte niet van toepassing is wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De activiteit is onontbeerlijk voor de beroepsopleiding.
  • De werkgever treft de preventiemaatregelen en vergewist zich ervan dat deze preventiemaatregelen effectief zijn. De werkgever ziet erop toe dat de activiteit enkel kan plaatsvinden in het bijzijn van een ervaren werknemer.
  • Er is een schriftelijke informatie-uitwisseling tussen het bedrijf en de onderwijsinstelling/het opleidingsinstituut.

Er zal een risicoanalyse moeten uitgevoerd worden op basis waarvan men beslist of het om een gevaarlijke vorm van arbeid gaat, en meer bepaald of het gaat om arbeid die de jongeren, objectief gezien, lichamelijk of psychisch niet aankunnen. De jongeren leren op die manier om op een werkplek om te gaan met risicovolle situaties onder bevoegdheid. Deze bevoegdheid betekent niet dat de jongeren overal moeten gevolgd worden. Het betekent wel dat ze het werk dat gevaarlijke handelingen inhoudt enkel mogen uitvoeren onder het toezicht van een werknemer die de nodige ervaring heeft en die eventueel kan ingrijpen wanneer er zich een probleem voordoet. Bij het voorbeeld van een hoogwerker moet de bevoegde persoon kunnen ingrijpen in geval van een noodsituatie. In dit specifieke geval zullen de jongeren de nodige competenties rond veiligheidsharnas, wetgeving, nooddaalfunctie, pictogrammen, enz. reeds verworven hebben vooraleer zij deze werkzaamheden kunnen uitvoeren. Wanneer deze competenties niet verworven zijn, mogen de jongeren in geen geval de werkzaamheden op hoogte uitvoeren. Deze competenties kunnen zowel in de onderwijsinstelling/het opleidingsinstituut verworven worden als in het bedrijf. De schriftelijke informatie-uitwisseling tussen het bedrijf en de onderwijsinstelling/het opleidingsinstituut moet hier meer duidelijkheid geven over de risicovolle taken in het bedrijf en de bijhorende preventiemaatregelen. 

Wens je meer informatie hieromtrent, neem dan contact op met Benjamin Verfaillie op 02 612 99 56.