Light As A Service oftewel “LAAS”

“As a service” kennen we eigenlijk al langer dan vandaag onder verschillende vormen waar je niet direct zelf aan zou denken. Ze hebben allemaal één overeenkomst namelijk dat elk woord eindigt op “…Aas” en waarbij een dienst of product wordt aangeboden als een service door een derde partij. Enkele bekende voorbeelden hiervan zijn IAAS (Infrastructure as a service, zoals servers, serverruimtes, elektriciteit of airco), PAAS (Platform as a service, zoals beheer van het besturingssysteem van een bedrijf) of het bekendere SAAS (Software as a service, waarbij de serviceprovider een volledig afgewerkt softwarepakket aanbiedt).

Tegenwoordig horen we steeds meer en meer de term LAAS, ofwel “Light as a service”. Wat moet ik mij hierbij voorstellen en wat zijn de voordelen voor de gebruiker en installateur?

Het grote voordeel voor de eindgebruiker is dat hij zijn investeringen omlaag kan brengen. Licht is een grote kost voor een onderneming, zeker als je nagaat dat de meeste bedrijven vaak voor kortere tijd in een gebouw zitten en ze dus niet willen investeren in nieuwe en dure verlichting. We zien daarom een verschuiving op deze verlichtingsmarkt van eigendom naar diensten en van product naar businessmodellen.

Als installateur is het belangrijk deze businessmodellen te begrijpen zodat je hierop in kunt spelen en een graantje mee kunt pikken van het service aanbod dat de klant kiest. Via de klant of andere partners zoals bijvoorbeeld lichtfabrikanten of LED lease bedrijven kan de installateur mede een totaal pakket van LAAS aanbieden waarbij hij voor enkele jaren zeker is van inkomsten.

Er zijn 4 verschillende businessmodellen die gehanteerd worden voor het aanbieden van leaseconcepten:

  1. Financiering van nieuwe LED lampen: dit is de eenvoudigste vorm waarbij de klant eigenaar is van de lampen. Hij sluit bij aankoop een contract af met bijvoorbeeld een energieleverancier of andere partij waarbij de aflossing en rente worden betaald door de energierekening.
     
  2. Lease van lampen: andere mogelijkheid is om de lampen te leasen. De gebruiker betaalt periodiek een vast bedrag voor installatie, gebruik en onderhoud van de lampen. Na een aantal jaren zijn de lampen van de klant.
     
  3. Betalen voor licht: bepaalde leveranciers bieden de mogelijkheid om geen lampen maar licht af te nemen. Dat wil zeggen dat de klant betaalt voor een bepaalde hoeveelheid licht op een bepaalde plek. De hoeveelheid licht moet dan gegarandeerd blijven zodat vervanging van kapotte armaturen direct moet worden aangepakt!
     
  4. Verlichting voor lange termijn: dit wordt vaak door lichtfabrikanten zoals een Philips toegepast. De gebruiker doet geen investeringen maar hij betaalt voor het gebruik ervan. Ook hier is er een onderhoudscontract met de eindklant via een installateur voorzien. Dit principe is gebaseerd op lange termijn waarbij de leverancier eigenaar blijft van de lampen en ze kan terugnemen voor hergebruik. Dit model is een “circulaire economie”, waarbij de lampen zodanig ontwikkeld zijn dat ze modulair zijn opgebouwd en makkelijk te recyclen zijn. De producten krijgen hierdoor een tweede leven als ze terug in omloop worden gebracht. We gaan van een zogenaamde lineaire economie = take-make-dispose, naar een circulaire economie = make-use-return.

Bij heel het LAAS gebeuren is er een belangrijke voorwaarde om een goede service te garanderen, namelijk dat de lichtpunten vanop afstand kunnen “gelezen” worden. Zo kan men uitlezen hoeveel branduren ze al hebben gehad, of ze defect of aan vervanging toe zijn. De installateur kan op basis van deze gegevens zijn onderhoud met de klant gaan inplannen nog voordat er een defect is gedetecteerd of heeft plaatsgevonden bij de klant! Is dat geen service!