FAQ

Wie is aangesloten?

De voordelen voorzien in het sociaal sectoraal pensioenstelsel zijn bestemd voor elke arbeider die vanaf 1 januari 2002 bij het sectoraal pensioenstelsel is aangesloten (geweest). De aansluiting gebeurt automatisch, hiervoor hoeft men niets te doen. 

Wie is niet aangesloten?

  • Personen tewerkgesteld i.k.v. studentenarbeid
  • Personen tewerkgesteld i.k.v. uitzendarbeid
  • Leerlingen
  • Personen die na 01/01/2016 met vervroegd of wettelijk pensioen zijn gegaan maar als gepensioneerde opnieuw tewerkgesteld worden binnen PSC 149.01

Wanneer gebeurt de uitbetaling ?

Situatie voor 01/01/2016

Een uitbetaling is pas mogelijk wanneer de prestaties effectief worden stopgezet. Je hebt de keuze om het aanvullend pensioen uitbetaald te krijgen in de vorm van een eenmalig kapitaal of in de vorm van een maandelijkse levenslange rente.
Om het aanvullend pensioen uitbetaald te krijgen in rente moet de bruto jaarrente meer dan € 500 (geïndexeerd) bedragen.

Het aanvullend pensioen kan worden uitbetaald vanaf de eerste dag van de maand volgend op de dag dat je met wettelijk pensioen gaat (65 jaar) of wanneer je met vervroegd pensioen gaat (ten vroegste vanaf 60 jaar). Voor deze pensioenleeftijd kan er geen pensioenkapitaal worden uitbetaald.

Is men voor 01/01/2016 met (vervroegd) pensioen gegaan maar levert men na deze datum nog toegelaten prestaties, dan kan het aanvullend pensioen pas worden uitbetaald op het ogenblik van de effectieve stopzetting van deze prestaties. In dit geval wordt het aanvullend pensioen dan ook verder opgebouwd.
 

Situatie na 01/01/2016

Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald bij pensionering van de arbeider, dit is de (vervroegde) wettelijke pensionering of het ogenblik waarop de arbeider met SWT gaat.

Het is dus niet mogelijk:

  • Het aanvullend pensioen op te nemen vóór de ingang van het (vervroegde) wettelijke pensioen.
  • De opname van het aanvullend pensioen uit te stellen nadat men al met pensioen is gegaan.

Enkel wanneer men in dienst blijft na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd zonder de opname van het wettelijke pensioen, blijft men aangesloten bij het pensioenplan en wordt het aanvullend pensioen verder opgebouwd.

Levert men na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd en opname van het wettelijk pensioen nog toegelaten prestaties in onze sector, dan is er geen verdere opbouw mogelijk.

Hoeveel bedraagt het aanvullend pensioen?

Het bedrag is gelijk aan de som van de jaarlijkse netto werkgeversbijdragen, aangevuld met een eventuele solidariteitsdekking, een eventuele winstdeelname en verhoogd met een rendement.

 

01/01/2002

01/01/2006

01/07/2006

01/01/2008

01/01/2012

01/07/2014

01/01/2016

Bijdrage

1%

1,30%

1,36%

1,46%

1,70%

1,80%

2,1%

Rentevoet

3,25%

3,25%

3,25%

3,35%

3,35%

2,25%

0,50% 

Hoe zit het met de fiscaliteit?

  • een Riziv-bijdrage van 3,55% (op het totale kapitaal en de winstdeelnames);
  • een solidariteitsbijdrage die varieert van 0% tot 2%, afhankelijk van de hoogte van het pensioenkapitaal;
  • in de personenbelasting wordt het pensioenkapitaal (verminderd met de Riziv-inhouding en de solidariteitsbijdrage) belast aan een tarief van ofwel 20,19%, 18,17%, 16,66%, ofwel 10,09%;
  • de winstdeling wordt in de personenbelasting niet belast.

Bij de aangifte van de personenbelasting is er nog een gemeentebelasting verschuldigd die verschilt van gemeente tot gemeente. Je ontvangt een fiscale fiche het jaar nadat de uitbetaling plaatsvond.     

Bij een jaarlijkse levenslange rente komt er nog een kleine belasting bij. Die bedraagt jaarlijks 15% van 3% van het netto aanvullend pensioenkapitaal. Dat bedrag betaal je via de aangifte in de personenbelasting.

Tarieven bedrijfsvoorheffing voor uitkering vanaf 01/07/2013:

60 jaar | 20,19% of 16,66% (1)
61 jaar | 18,17% of 16,66% (1)
62 - 64 jaar | 16,66%
65 jaar of ouder | 16,66% of 10,09% (2)

(1) Het 16,66%-tarief is enkel van toepassing indien de uitkering gebeurt naar aanleiding van de pensionering.

(2) Het tarief van 10,09% wordt toegekend zo men ononderbroken effectief actief was in de laatste drie jaar voordat de wettelijke pensioenleeftijd bereikt werd. Tijdens deze driejarige referteperiode kunnen bepaalde periodes van inactiviteit of verminderde activiteit echter gelijkgesteld worden. Voorbeelden hiervan: aangeslotene oefende zijn recht uit op 1/5e loopbaanvermindering of halftijds brugpensioen. Maar de periode van voltijds brugpensioen/werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt niet gelijkgesteld. 

Wat gebeurt er bij uittreding uit de sector?

Met een ‘definitieve uittreding uit de sector’ bedoelen we:

  • je verlaat de sector en sluit geen nieuwe arbeidsovereenkomst, bv. wanneer je in dezelfde onderneming blijft maar een bediendenstatuut krijgt of als je naar een andere onderneming in de sector gaat maar met een interimcontract;
  • je verlaat de sector en sluit nadien wel een nieuwe arbeidsovereenkomst, maar met een werkgever die behoort tot een andere sector.

Je kan vrij kiezen welke bestemming aan dit opgebouwd spaartegoed gegeven wordt: het behoud in het pensioenplan van de sector of de overdracht naar het pensioenplan van een nieuwe werkgever of sector of naar een organisatie die de bovenwettelijke pensioenen beheert (als je hierbij bent aangesloten).

Telkens een arbeider na zijn uittreding opnieuw tewerkgesteld wordt bij een werkgever uit de sector, wordt hij beschouwd als nieuwe aangeslotene en wordt een nieuw individueel rekeningnummer (polisnummer) toegekend.

Welke solidariteitsdekking voorziet de sector?

De sociale partners hebben ook gezorgd voor een tegemoetkoming aan een aantal onvoorzienbare risico’s die tijdens de loopbaan kunnen plaatsvinden. Hiertoe werd een apart Fonds voor Bestaanszekerheid voor de solidariteitstoezegging van het sociaal sectoraal pensioenstelsel opgericht (FBZ-SSPE). Het gaat hier meer bepaald om de volgende risico’s:

  • indien men komt te overlijden voor men met pensioen gaat, voorziet het FBZ-SSPE een extra tegemoetkoming voor de rechthebbende(n) van € 1.500;
  • in geval van arbeidsongeschiktheid door van ziekte/ongeval of gedurende periodes van tijdelijke werkloosheid wordt je aanvullend pensioen verder opgebouwd (sinds 2004 à rato van € 0,30 per gelijkgestelde dag ziekte/werkloosheid, sinds 2006 à rato van € 0,50 per dag, sinds 2011 van € 0,80 en sinds 2012 van € 1,00 per gelijkgestelde dag ziekte/werkloosheid), zodat je ook hier geen verlies hebt.

De sociale partners hebben beslist de dagen arbeidsongeschiktheid wegens arbeidsongeval en beroepsziekte eveneens te vergoeden in het kader van de solidariteitstoezegging.

Wat gebeurt er met het opgebouwd spaartegoed in geval van overlijden?

Indien men komt te overlijden voor men met (vervroegd) wettelijk pensioen gaat, wordt het opgebouwd spaartegoed uitgekeerd aan de begunstigden, eventueel verhoogd met het aanvullend overlijdenskapitaal van € 1.500.

Wie zijn de begunstigden:

  • je echtgeno(o)t(e) op voorwaarde dat je noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden bent (dit zal voortaan ook mogelijk zijn voor de persoon met wie je wettelijk samenwoont);
  • (een) andere natuurlijke perso(o)n(en) die door jou als begunstigde(n) werd(en) aangeduid;
  • je kinderen;
  • je ouders;
  • je grootouders;
  • je broers en zusters;
  • andere wettelijke erfgena(a)m(en) met uitzondering van de Staat;
  • het financieringsfonds (uw aanvullend pensioen wordt dan in het voordeel van de andere aangeslotenen overgemaakt).

Informatie over de pensioenfiche

Actieve aangeslotenen ontvangen jaarlijks een pensioenfiche in de bus. Daarop vinden ze een overzicht van het verworven kapitaal, de berekening van het toekomstig kapitaal, een eventuele winstdeelname en de solidariteitsdekking.

Aangeslotenen die de sector verlaten hebben (zogenaamde “slapers”) kunnen hun opgebouwde rechten raadplegen in MyPension.be.